Traditionele vaartuigen

Een traditioneel vaartuig is een nieuw scheepstype voor de binnenvaartcertificering. De Stichting Adviesorgaan Traditioneel Vaartuig (ATV) beoordeelt of een schip de status van traditioneel vaartuig kan krijgen. Om dit te bepalen onderzoeken zij of het schip voldoet aan de vereisten die gesteld zijn aan het scheepstype “traditioneel vaartuig”. Het resultaat wordt vastgelegd in een advies.

Benodigde inspecties

Naar verwachting zal voor certificering de volgende inspecties en werkzaamheden noodzakelijk zijn:

  • Casco inspectie
  • Veiligheidsinspectie
  • Proefvaart incl. geluidsmeting
  • Her-inspectie, indien noodzakelijk
  • Opmaken en afgifte certificaat

Op dit moment kunnen er nog geen inspecties uitgevoerd worden omdat het normenkader nog niet bekend is.

Wet- en regelgeving

Hoofdstuk 24 van het ES-TRIN is van toepassing op traditionele vaartuigen. Binnen dit hoofdstuk is veel ruimte voor interpretatie.

Op basis van het advies van de Stichting ATV, een gebruikersconcept en een veiligheidsconcept, wordt het normenkader door de ILT voor ieder schip individueel vastgesteld. Om dit te kunnen doen moet er op Europees niveau afspraken worden gemaakt. Dit proces in volle gang.

ES TRIN1
lydia typen

Onze werkwijze

Om het certificeringsproces voor u zo transparant mogelijk te maken en zo efficiënt mogelijk te laten verlopen werken wij met opdrachten en deelopdrachten. Per deelopdracht wordt er een inspectie of handeling door BSC uitgevoerd, de deelopdracht is afgerond als de inspectie uitgevoerd is en de rapportages gereed zijn. Via ons klantportaal heeft u altijd inzicht in uw dossier.

Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4

Aanname opdracht​

•  U ontvangt een opdrachtbevestiging en algemene voorwaarden

•  U ondertekent de opdrachtbevestiging

•  Na ontvangst is de opdracht definitief

•  De eerste inspecties worden ingepland.

Uitvoeren inspecties

•  Een opdracht omvat één of meerdere inspecties.

•  Per inspectie maakt BSC een deelopdracht aan. Tijdens één bezoek aan boord van het schip kunnen er meerdere inspecties uitgevoerd worden.

•  Het resultaat wordt vastgelegd in een inspectierapport.

•  Indien er bemerkingen zijn die een her-inspectie vereisen wordt dit op het inspectierapport vastgelegd. 

•  Een ontstaat er een nieuwe deelopdracht “herinspectie”.

Opstellen certificaat​

•  Tijdens de veiligheidsinspectie wordt het concept certificaat opgemaakt door de inspecteur.

•  Indien nodig wordt een voorlopig certificaat afgegeven.

Controle & afgifte certificaat

•  Zodra alle inspecties afgerond zijn en er geen openstaande bemerkingen meer zijn geeft de inspecteur opdracht tot een interne dossiercontrole.

•  De technisch manager  van BSC voert een controle uit op volledigheid en juistheid van het dossier en het certificaat.

•  Indien er geen bemerkingen zijn van de technisch manager wordt het certificaat afgegeven.

Tarieven

Starttarief inspectie

Reiskosten binnen NL, administratiekosten en 1 uur inspectie.

€ 395,-

Combinatietarief

Administratiekosten en 1 uur inspectie.

€ 195,-

Uurtarief

Inspectie / tekeningkeur / opmaken certificaat. 

€ 130,-

Overige tarieven:

Bovengenoemde tarieven zijn exclusief 21% BTW
Voor nieuwbouw of grote verbouwingen kunnen wij een offerte opstellen.

Zij gingen u voor
Marjan 4

de heer den Otter

Marjan
Traditioneel vaartuig
“Fijn dat BSC regelmatig in gesprek is met ILT en de stichting ATV en mij op de hoogte houdt van de ontwikkelingen.”
Wilt u op de hoogte gehouden worden over de voortgang?
Veelgestelde vragen

Is uw schip nog niet gecertificeerd en wilt u weten of dit noodzakelijk is? Via dit stroomschema kunt u zelf controleren of uw schip certificaatplichtig is.

Casco inspectie is nodig bij aankoop van een schip, voor het verkrijgen van een certificaat, bij grote schade en voor de verzekering.  Het is niet verplicht om de casco inspectie te laten doen door de instantie die het certificaat afgeeft. En het is voor de verzekering ook niet altijd verplicht om de inspectie te laten doen door de verzekeraar.

Onze vlakrapporten worden door verzekeraars geaccepteerd, vaak vergoeden zij ook een deel van de casco-inspectie kosten.

In de basis mogen er geen dubbelplaten meer worden toegepast. Er is een aantal situaties waarbij dubbelplaten wel toegestaan zijn: in het ES-TRIN (instructie ESI-II-2) is omschreven wanneer het wel of niet toegestaan is. En wáár het is toegestaan. De inspecteur zal tijdens de inspectie aangeven wanneer dubbelplaten volgens goed scheepsbouwkundig gebruik toegepast mogen worden.

Waar en wanneer dubbelplaten toegestaan zijn:

  • Voorlopige reparatie
    Een dubbelplaat is toegestaan als het om een voorlopige reparatie gaat. Bijvoorbeeld als door averij schade is ontstaan.
  • Lokale corrosie
    Een dubbelplaat mag gebruikt worden als de plaatdikte op zich dik genoeg is maar op een paar plekken te dun is geworden door pitting (putcorrosie). De plaat moet wel volledig dicht zijn. Dat betekent dat eventuele gaten eerst gedicht moeten worden
  • Slijtage stoppen
    Een dubbelplaat mag gebruikt worden op plekken waar de plaatdikte nog voldoende is. Dit wordt gedaan om verdergaande slijtage te stoppen.
  • Kimbeplating
    Op de kimmen mogen dubbelplaten gebruikt worden:
    – De dubbelplaten beslaan ten minste 70% van de lengte van het schip; of
    – Of de dubbelplaten hebben een minimumlengte en een tussenafstand van ten minste (2,5 + L/40)m;
    – Bij schepen korter dan 45 meter is de minimale lengte 3 spantvakken plus tenminste 2 ‘goede’ spantvakken na de beschadigde zone.
  • Klinknaden
    Gebruik van dubbelplaten op de klinknaden zijn toegestaan om de waterbestendigheid te waarborgen
  • Voor- en achterschip buiten de ladingzone
    Een dubbelplaat mag gebruikt worden buiten de ladingzone
  • Nieuwbouw / verbouw
    Dubbelplaten mogen worden toegepast indien zij daadwerkelijk als slijtplaten dienen, bijvoorbeeld op de boeg of als berghoutsgang of als versterkingsplaten bij bijv. de ankerlier.
  • Scheepstype
    Voor pleziervaartuigen zijn er geen beperkingen, voor dit scheepstype zijn dubbelplaten altijd toegestaan.

Waar en wanneer dubbelplaten niet toegestaan zijn:

  • Plaat voldoet niet aan minimale dikte
    Dubbelplaten mogen niet gebruikt worden als de plaat niet meer voldoet aan de minimale dikte. De minimale dikte is omschreven in ES-TRIN H3/H19. Of klik hier om het te berekenen
  • Gaten in scheepshuid door corrosie
    Als door corrosie gaten in de scheepshuid zijn gekomen mogen geen dubbelplaten worden gebruikt
  • Grote oppervlakten in de ladingzone
    Op de kimmen in de ladingzone mogen geen dubbelplaten meer worden aangebracht als deze door pitting te dun zijn geworden.
  • Overlappende dwarsnaden
    Op overlappende dwarsnaden (gelast) mogen geen dubbelplaten worden aangebracht.
  • Tanks voor brandbare vloeistoffen
    Op tanks in de huid die brandbare vloeistoffen bevatten mogen geen dubbelplaten aangebracht worden. (Behalve als deze door wrijving/slijtage dunner zijn geworden en nog wel de minimale huiddikte hebben.)
  • Bodem van ladingzone
    Op de bodem van het vrachtschip tussen het voorste en achterste schot van het laadruim (ladingzone) zijn dubbelplaten niet toegestaan.
  • Bodem, kim en zij van ladingzone gevaarlijke stoffen
    In de ladingzone (bodem, kim, zij) van schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren zijn dubbelplaten niet toegestaan.
  • Vervormde platen en naden
    Bij platen of naden die zijn vervormd of vermoeidheid vertonen mogen geen dubbelplaten gebruikt worden.
  • Bestaande dubbelplaten
    Over bestaande dubbelplaten mogen geen nieuwe dubbelplaten aangebracht worden.

Instructie voor het aanbrengen van de dubbelplaten:

  • Mogen alleen gelast worden aangebracht (niet geklonken).
  • De breedte van een slijtplaat moet tussen de 200 en 300mm liggen. De breedte van dubbelplaat ter versterking van het middenzaadhout mag maximaal 600mm zijn,
  • De dikte van de dubbelplaat moet tussen de 1 en 1,5 keer zo dik zijn als de onderliggende plaat.

Minimale dikte platen bij casco-inspectie:

  • De minimale dikte van een dubbelplaat is 3,0mm. Daaronder moet deze worden vervangen
  • De minimale dikte van de bodem-, kim-, en huidbeplating moet voor passagiersschepen voldoen aan de berekening uit het ES-TRIN H19.02.
  • De minimale dikte van de bodem-, kim-, en huidbeplating moet voor alle andere schepen voldoen aan de berekening uit het ES-TRIN H3.02.

Een mast- en tuigage-inspectie is verplicht voor zeilende passagiersschepen. Als de masten en tuigage voldoen aan de wet- en regelgeving geeft BSC een ‘Bewijs van tuigagekeuring’ af. Het ‘Bewijs van tuigagekeuring’ is 2,5 jaar geldig. ILT heeft de voorwaarden voor het afgeven van een ‘Bewijs van tuigagekeuring’ vastgelegd in ITRO nr. 5. Naast de geldigheidsduur staat hier ook omschreven hoe de tuigage aangeboden moet worden.

2,5 jaar inspectie
De 2,5 jarige inspectie voert onze inspecteur aan boord uit. Hij gaat, als dat kan, via het want naar boven om de tuigage in operationele toestand te inspecteren. Het maakt voor deze inspectie niet uit of het om een stalen mast of om een houten mast gaat.

5 jaar inspectie
Eens in de 5 jaar moet de masten volledig gestript (= ontdaan van alle beslag/bevestigingen etc.) gekeurd worden. De masten (zowel stalen als houten masten) moeten aan de wal aangeboden worden. Stalen masten die vast gelast zijn aan de scheepsconstructie worden met behulp van een kraan met bakje gekeurd.

Niet alleen mast wordt geïnspecteerd
Bij het uitvoeren van een tuigage-inspectie kijkt de inspecteur naar:

  • Rondhouten (masten, gieken, gaffels, ra’s, boegspriet en kluiverboom)
  • Staand want en lopend want
  • Zeilen
  • Zwaarden en zwaardlieren
  • Kluivernet
  • Bootmansstoel

Weersinvloeden:
Weersomstandigheden kunnen er toe lijden dat een tuigage-inspectie verplaatst moet worden:

  • Het werken op hoogte is niet toegestaan bij windkracht 6 of hoger.
  • Bij gebruik van een kraan bepaalt de machinist of het werken op hoogte verantwoord is.
  • De inspecteur houdt te allen tijde het recht om zelf te bepalen of het verantwoord is op hoogte te werken bij bepaalde weersomstandigheden.

Wat staat er in het inspectie rapport?
Na afloop van de inspectie ontvangt u een inspectierapport met opvallende zaken. Ook staat hierin of er wel/niet een her-inspectie plaats moet vinden.

Houten mast vervangen voor staal?
Een houten mast kan niet zomaar vervangen worden door eens stalen mast. Met een tekening en berekening moet aangetoond worden dat de nieuwe stalen mast gelijkwaardig is aan een houten mast wat betreft veiligheid. Daarnaast is het van belang dat het gewicht niet te veel afwijkt. Meer informatie treft u aan in het document “Houten_mast_vervangen_door_staal“.

Per 1-1-2022 is er nieuwe wet- en regelgeving van toepassing voor de certificering van binnenvaartschepen. De voorschriften zijn vastgelegd in het ES-TRIN, versie 2021-1. Het is belangrijk om te weten dat de nieuwe voorschriften per direct van toepassing zijn voor nieuwbouw schepen die na 1-1-2022 gecertificeerd worden, voor bestaande schepen geldt een overgangsbepaling. In het kort zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

Opstelling van Lithium batterijen
De bepalingen voor het toepassen van Lithium-houdende batterijen is aangepast. In de voorschriften zijn meer specifieke bepalingen opgenomen voor de ruimte waarin deze batterijen opgesteld zijn en hoe deze installaties beveiligd moeten worden. Ook is er een ondergrens gesteld m.b.t. de capaciteit (20 kWh) waarbij er niet voldaan hoeft te worden aan deze specifieke eisen.

Brandblussers
In de huidige voorschriften m.b.t. brandblussers moesten schuimblussers behalve vorstbestendig tot -20°c ook alcohol resistent zijn. Dit bleek een combinatie te zijn die niet mogelijk was. Hier zijn de voorschriften op aangepast en de toevoeging “AR” (alcohol resistant) is uit art. 13.03 gehaald. Ook is er een bepaling opgenomen dat er in enkele situaties een verplichte vetblusser (klasse F) aan boord moet worden genomen.

Ter beschikking stellen van gehoorbescherming en markering
Behalve in machinekamers moet in andere ruimten waar de geluidsdruk meer dan 80 dB(A) kan bedragen adequate gehoorbeschermingsmiddelen aanwezig zijn. Deze ruimten moeten ook als zodanig worden gemarkeerd met het symbool “gehoorbescherming dragen verplicht”.
Verduidelijking van geldigheid van de certificaten
Er is een wijziging doorgevoerd in de toelichtingen van ES-TRIN zodat duidelijk geworden is dat de geldigheid van het Unie binnenvaartcertificaat gelijk is aan die van het CVOR als het gaat om het Zwitserse gedeelte van de Rijn.

Veiligheidsafstand, vrijboord en diepgangsschalen
Aanpassing van hoofdstuk 4 om e.e.a. te verduidelijken en beter te formuleren. Voor schepen met open laadruimen is toegevoegd hoe de aanvullende inzinkingsmerken moeten worden aangebracht.

Verlaging toegestane geluidsdruk
Er heeft een wijziging plaats gevonden voor de toegestane geluidsdruk op 25m afstand voor zowel varende- als stilliggende toestand. Voor stilliggende schepen is de grenswaarde verlaagd van 65 naar 60 dB(A). Voor varende schepen is de grenswaarde verlaagd van 75 naar 70 dB(A). Voor bestaande schepen blijven de oude grenswaarden van toepassing.

Deuren in verblijven
De voorschriften zijn op twee punten aangepast. In de eerste plaats mag een geopende deur van een verblijf niet de vluchtweg blokkeren. Ten tweede moeten deuren te allen tijde van twee kanten kunnen worden geopend.

Aparte machinekamer of elektrische bedrijfsruimte voor passagiersschepen
Voor passagiersschepen is het al langer verplicht om een tweede onafhankelijke voortstuwing te hebben waarmee tenminste een vaarsnelheid van 6,5 km/uur kan worden behaald. Deze tweede onafhankelijke voortstuwing wordt steeds vaker elektrisch uitgevoerd. In de voorschriften zijn de eisen voor deze elektrische voorstuwingen verduidelijkt.

Uitrusting pleziervaartuigen
Er was onduidelijkheid over het hebben van een bijboot aan boord van pleziervaartuigen. Nu niet meer, een bijboot is niet vereist voor pleziervaartuigen.

Bunkeren van LNG
Er is een andere normverwijzing in de ES-TRIN opgenomen zodat de standaarden van de scheepvaart voor het bunkeren van LNG geharmoniseerd zijn met die van de wal installaties.

Ankers met verhoogde houdkracht
Voor speciale type ankers met een verhoogde houdkracht gelden er reducties t.o.v. het theoretische gewicht wat uit de berekening van art. 13.01 volgt. Er is een nieuw type anker toegevoegd aan de lijst met ankers met verhoogde houdkracht, namelijk het type ‘HYT-12 HHP’ met een reductie van 40%.

Actualisatie van de RIS-standaarden
De ES-TRIN is bijgewerkt naar de nieuwe standaarden m.b.t AIS en ECDIS. De nieuwe teststandaard voor AIS is de 2021/3.0 Deze geldt dus voor nieuwe AIS-apparatuur. Voor bestaande apparatuur mag deze nog worden gebruikt mits voorzien van een geldige inbouwverklaring.

Heeft u specifieke vragen over de wijzigingen van technische voorschriften? U kunt de volledige toelichting van CESNI hier nalezen. Meer vragen? Mail ons en vraag het aan de specialisten van BSC. Wij helpen u graag.

Vind u bovenstaand artikel interessant en wilt u op de hoogte gehouden worden van wijzigingen wet- en regelgeving en het toepassen van daarvan? Abonneer u dan op onze nieuwsbrief. De nieuwsbrief wordt maandelijks verspreid.