Drijvende werktuigen

Sinds 2009 zijn ook kleine drijvende werktuigen certificaat plichtig als zij voldoen aan de definitie: “Een drijvend werktuig is een drijvend bouwsel waarop zich werkinstallaties bevinden zoals kranen, baggermolens, hei-installaties of elevatoren”.

Dit betekent dat o.a. maaiboten, baggerbootjes en configuraties koppelpontons gecertificeerd moeten worden.

Benodigde inspecties

  • Tekeningkeur (o.a. constructieplan, stabiliteitsboek)
  • Casco inspectie
  • Veiligheidsinspectie (inrichting en uitrusting)
  • Proefvaart inclusief geluidsmeting
  • Hellingproef of diepgangscontrole
  • Elektrische inspectie (alleen indien noodzakelijk)
  • Her-inspectie, indien noodzakelijk
  • Opmaken en afgifte van het certificaat

Wet- en regelgeving

De eisen waaraan een klein drijvend werktuig moet voldoen zijn vastgelegd in bijlage 3.12 van de Binnenvaartregeling. Vanuit de regeling kleine drijvende werktuigen wordt verwezen naar het ES-TRIN. Op de website van het Cesni is de Europese richtlijn het ES-TRIN in te zien en te downloaden.

Op de certificering van configuraties van koppelpontons is ook ItRo4 rev 1.3 certificeren koppelbare pontons van toepassing.

ES TRIN1
lydia typen

Onze werkwijze

Om het certificeringsproces voor u zo transparant mogelijk te maken en zo efficiënt mogelijk te laten verlopen werken wij met opdrachten en deelopdrachten. Per deelopdracht wordt er een inspectie of handeling door BSC uitgevoerd, de deelopdracht is afgerond als de inspectie uitgevoerd is en de rapportages gereed zijn.

Van iedere inspectie ontvangt u en een inspectierapport en via ons klantportaal heeft u altijd inzicht in uw dossier.

Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4

Aanname opdracht​

•  U ontvangt een opdrachtbevestiging en algemene voorwaarden

•  U ondertekent de opdrachtbevestiging

•  Na ontvangst is de opdracht definitief

•  De eerste inspecties worden ingepland.

Uitvoeren inspecties

•  Een opdracht omvat één of meerdere inspecties.

•  Per inspectie maakt BSC een deelopdracht aan. Tijdens één bezoek aan boord van het schip kunnen er meerdere inspecties uitgevoerd worden.

•  Het resultaat wordt vastgelegd in een inspectierapport.

•  Indien er bemerkingen zijn die een her-inspectie vereisen wordt dit op het inspectierapport vastgelegd. 

•  Een ontstaat er een nieuwe deelopdracht “herinspectie”.

Opstellen certificaat​

•  Tijdens de veiligheidsinspectie wordt het concept certificaat opgemaakt door de inspecteur.

•  Indien nodig wordt een voorlopig certificaat afgegeven.

Controle & afgifte certificaat

•  Zodra alle inspecties afgerond zijn en er geen openstaande bemerkingen meer zijn geeft de inspecteur opdracht tot een interne dossiercontrole.

•  De technisch manager  van BSC voert een controle uit op volledigheid en juistheid van het dossier en het certificaat.

•  Indien er geen bemerkingen zijn van de technisch manager wordt het certificaat afgegeven.

Tarieven

Starttarief inspectie

Reiskosten binnen NL, administratiekosten en 1 uur inspectie.

€ 395,-

Combinatietarief

Administratiekosten en 1 uur inspectie.

€ 195,-

Uurtarief

Inspectie / tekeningkeur / opmaken certificaat. 

€ 130,-

Overige tarieven:

Bovengenoemde tarieven zijn exclusief 21% BTW
Voor nieuwbouw of grote verbouwingen kunnen wij een offerte opstellen.

Zij gingen u voor
bridge 3694245

Anoniem

“Geen verbeterpunten, maar super fijn dat er herinneringen worden gestuurd (voor de keuring), er praktisch wordt meegedacht (de verbeterpunten via de mail aanleveren) en er snel gehandeld wordt!”
Voorkom problemen met handhaving en certificeer op tijd!
Veelgestelde vragen

Is uw schip nog niet gecertificeerd en wilt u weten of dit noodzakelijk is? Via dit stroomschema kunt u zelf controleren of uw schip certificaatplichtig is.

Casco inspectie is nodig bij aankoop van een schip, voor het verkrijgen van een certificaat, bij grote schade en voor de verzekering.  Het is niet verplicht om de casco inspectie te laten doen door de instantie die het certificaat afgeeft. En het is voor de verzekering ook niet altijd verplicht om de inspectie te laten doen door de verzekeraar.

Onze vlakrapporten worden door verzekeraars geaccepteerd, vaak vergoeden zij ook een deel van de casco-inspectie kosten.

Per 1-1-2022 is er nieuwe wet- en regelgeving van toepassing voor de certificering van binnenvaartschepen. De voorschriften zijn vastgelegd in het ES-TRIN, versie 2021-1. Het is belangrijk om te weten dat de nieuwe voorschriften per direct van toepassing zijn voor nieuwbouw schepen die na 1-1-2022 gecertificeerd worden, voor bestaande schepen geldt een overgangsbepaling. In het kort zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

Opstelling van Lithium batterijen
De bepalingen voor het toepassen van Lithium-houdende batterijen is aangepast. In de voorschriften zijn meer specifieke bepalingen opgenomen voor de ruimte waarin deze batterijen opgesteld zijn en hoe deze installaties beveiligd moeten worden. Ook is er een ondergrens gesteld m.b.t. de capaciteit (20 kWh) waarbij er niet voldaan hoeft te worden aan deze specifieke eisen.

Brandblussers
In de huidige voorschriften m.b.t. brandblussers moesten schuimblussers behalve vorstbestendig tot -20°c ook alcohol resistent zijn. Dit bleek een combinatie te zijn die niet mogelijk was. Hier zijn de voorschriften op aangepast en de toevoeging “AR” (alcohol resistant) is uit art. 13.03 gehaald. Ook is er een bepaling opgenomen dat er in enkele situaties een verplichte vetblusser (klasse F) aan boord moet worden genomen.

Ter beschikking stellen van gehoorbescherming en markering
Behalve in machinekamers moet in andere ruimten waar de geluidsdruk meer dan 80 dB(A) kan bedragen adequate gehoorbeschermingsmiddelen aanwezig zijn. Deze ruimten moeten ook als zodanig worden gemarkeerd met het symbool “gehoorbescherming dragen verplicht”.
Verduidelijking van geldigheid van de certificaten
Er is een wijziging doorgevoerd in de toelichtingen van ES-TRIN zodat duidelijk geworden is dat de geldigheid van het Unie binnenvaartcertificaat gelijk is aan die van het CVOR als het gaat om het Zwitserse gedeelte van de Rijn.

Veiligheidsafstand, vrijboord en diepgangsschalen
Aanpassing van hoofdstuk 4 om e.e.a. te verduidelijken en beter te formuleren. Voor schepen met open laadruimen is toegevoegd hoe de aanvullende inzinkingsmerken moeten worden aangebracht.

Verlaging toegestane geluidsdruk
Er heeft een wijziging plaats gevonden voor de toegestane geluidsdruk op 25m afstand voor zowel varende- als stilliggende toestand. Voor stilliggende schepen is de grenswaarde verlaagd van 65 naar 60 dB(A). Voor varende schepen is de grenswaarde verlaagd van 75 naar 70 dB(A). Voor bestaande schepen blijven de oude grenswaarden van toepassing.

Deuren in verblijven
De voorschriften zijn op twee punten aangepast. In de eerste plaats mag een geopende deur van een verblijf niet de vluchtweg blokkeren. Ten tweede moeten deuren te allen tijde van twee kanten kunnen worden geopend.

Aparte machinekamer of elektrische bedrijfsruimte voor passagiersschepen
Voor passagiersschepen is het al langer verplicht om een tweede onafhankelijke voortstuwing te hebben waarmee tenminste een vaarsnelheid van 6,5 km/uur kan worden behaald. Deze tweede onafhankelijke voortstuwing wordt steeds vaker elektrisch uitgevoerd. In de voorschriften zijn de eisen voor deze elektrische voorstuwingen verduidelijkt.

Uitrusting pleziervaartuigen
Er was onduidelijkheid over het hebben van een bijboot aan boord van pleziervaartuigen. Nu niet meer, een bijboot is niet vereist voor pleziervaartuigen.

Bunkeren van LNG
Er is een andere normverwijzing in de ES-TRIN opgenomen zodat de standaarden van de scheepvaart voor het bunkeren van LNG geharmoniseerd zijn met die van de wal installaties.

Ankers met verhoogde houdkracht
Voor speciale type ankers met een verhoogde houdkracht gelden er reducties t.o.v. het theoretische gewicht wat uit de berekening van art. 13.01 volgt. Er is een nieuw type anker toegevoegd aan de lijst met ankers met verhoogde houdkracht, namelijk het type ‘HYT-12 HHP’ met een reductie van 40%.

Actualisatie van de RIS-standaarden
De ES-TRIN is bijgewerkt naar de nieuwe standaarden m.b.t AIS en ECDIS. De nieuwe teststandaard voor AIS is de 2021/3.0 Deze geldt dus voor nieuwe AIS-apparatuur. Voor bestaande apparatuur mag deze nog worden gebruikt mits voorzien van een geldige inbouwverklaring.

Heeft u specifieke vragen over de wijzigingen van technische voorschriften? U kunt de volledige toelichting van CESNI hier nalezen. Meer vragen? Mail ons en vraag het aan de specialisten van BSC. Wij helpen u graag.

Vind u bovenstaand artikel interessant en wilt u op de hoogte gehouden worden van wijzigingen wet- en regelgeving en het toepassen van daarvan? Abonneer u dan op onze nieuwsbrief. De nieuwsbrief wordt maandelijks verspreid.

In de praktijk komen we regelmatig problemen met de schroefas tegen. Onderstaand zetten we op een rijtje wat de meest voorkomende gevolgen zijn van een slecht onderhouden schroefas. En hoe het voorkomen kan worden.

Wat gebeurt er als een schroefas niet goed gesmeerd is?
De schroefas wordt te heet en de lagers slijten sneller. Ook kan de schroefas inslijten waardoor er speling komt en de keerringen niet goed meer afsluiten. Bij een vetgesmeerde schroefas ontstaat er bij onvoldoende smering te veel speling in de bronzen bus. In het slechtste geval beschadigt daardoor de hele schroefas.

Waaraan merk je dat er iets mis is?
Op de eerste plaats doordat er buitenwater in het schip komt. En daarnaast zie je bij vetgesmeerde schroefassen dat het vet bij het aandraaien van de gland niet naar buiten gaat maar aan de binnenkant eruit komt.

Wat is het dagelijks onderhoud van de schroefas?

Open vetgesmeerde systemen:

  • Smeer de schroefas na elke vaartocht (dan is het vet warm en smeert het beter).
  • Smeer bij langere vaartochten ook tijdens het varen.
  • Vervang de stopbuspakkingen (vetkoord) tijdig.
  • Draai de pakkingdrukker (binnen gland) aan indien nodig. Normaal gesproken wordt deze tijdens het varen handwarm. Dat betekent dat de wrijving goed is.
  • Check regelmatig of er geen lekkage is.

Watergesmeerde systemen:

  • Check voor elke vaartocht of de schroefas voldoende water krijgt: controleer of de kraan open staat en de wierpot niet verstopt zit.
  • Controleer of de pomp goed werkt. (Bij een impellerpomp moet de impeller regelmatig worden vervangen.)
  • Check regelmatig of er geen lekkage is.

Open oliegesmeerde systemen:

  • Controleer het niveau van de olie in het expansietankje.
  • Check regelmatig of er geen lekkages zijn. Bij oliegesmeerde systemen is in de meeste gevallen de lekkage als eerste zichtbaar door kleine olievlekken op het wateroppervlak bij het achterschip. Controleer dan de keerringen (op de werf) om erger te voorkomen.

Voor de binnenwateren zijn de volgende twee types draagbare brandblussers toegestaan:

  • ABC poeder blusser van tenminste 6kg
  • AB sproeischuimblusser van tenminste 9L, mits er geen gas aan boord is.

De brandblussers moeten voldoen aan de volgende normen:

  • EN 3-7:2007 en EN 3-8:2007
  • geschikt om elektrische installaties te blussen tot 1000V
  • vorstvrij  (tot -20 graden Celsius).

In aanvulling op het vereiste aantal brandblussers, mag u een CO2 blusser aan boord hebben. Deze zijn geschikt om elektra branden te blussen met weinig nevenschade. De inhoud van de CO2 blusser mag maximaal 1L per 15m³ ruimte bedragen waarin deze is opgesteld.

Op de website van het CESNI vindt u een overzicht van (vrijwel) alle motoren die ooit toegelaten zijn voor de binnenvaart.
Let op: niet alle motoren mogen nu nog ingebouwd worden. In verordening 2016/1628 is vastgelegd welke motoren voor binnenvaartschepen zijn toegestaan.
Voor meer informatie over deze verordening verwijzen wij u naar de website van de ILenT.
Nieuwe motoren vanaf 19 kW moeten voorzien zijn van een inbouwverklaring van een erkende keuringsinstelling.